Locaties

Locaties sHaring the City 2026
Locaties sHaring the City 2026

Alle locaties op een rij

Wachtschip ‘Cornelia’

Bouwjaar: 1909
Werf: Gebroeders De Boer, Lemmer
Lengte: 31.50m
Breedte: 6.33m
Diepgang: 1.36m
Waterverplaatsing: 173 ton

Welkom aan boord! Op vrijdagavond vaart de Cornelia mee in de vlootschouw en op zaterdag kun je dit bijzondere historische schip bezichtigen én vanaf de Cornelia zelf het water op met roeibootjes, SUP’s en kajaks (alleen met zwemdiploma en voor eigen risico).

De Cornelia is het wachtschip van de Vlaardingse zeeverkennergroep De Geuzen, met een vaste ligplaats in het voormalige Buizengat, tegenover het Oranjepark aan de Hoflaan.  Een heel bijzonder schip, want al meer dan 100 jaar oud, ooit een zeilend vrachtschip en nu een varend monument. Tijdens scoutingkampen slapen de zeeverkenners ook aan boord.

Geschiedenis

Het schip is in 1909 in Friesland gebouwd als een zogenaamde Friese Zeilkast, dat waren schepen met specifieke afmetingen (vrij breed t.o.v. de lengte), afgestemd op de maximale doorvaart op de Friese wateren. Ze heette toen Disponibel en werd gebruikt als vrachtschip en zandschip. Lang geleden is het zeiltuig al vervangen voor een laad- en losmast met hijsinstallatie, eerst met een 16pk diesel, die later werd vervangen door een 10pk Lister losmotor. In 1916 kreeg ze al een andere naam: Rival. Twee jaar later weer een nieuwe naam: Aaltje. In 1920 kwam de 1-na-laatste naamwijziging naar Gerardus Marijella.

Onder die naam kocht Jan van Fessem haar in 1927. Waarschijnlijk was de laatste aflossing op de koopsom in 1932 gedaan, want toen doopte Jan haar om naar de huidige naam, Cornelia. Dit was ook de naam van z’n vrouw, waarmee hij het schip samen voer, nog steeds met zand en grind, vanuit Brabant naar Vlaardingen, voor de gemeente en voor de firma Lensveld. Jan en Cornelia kregen 7 kinderen aan boord van het schip. Hij liet in 1934 een Duitse HMG-dieselmotor plaatsen, die tot op heden nog steeds in gebruik is.

Na het overlijden van Jan nam zijn zoon Herman het werk als schipper over. Herman’s zus Co deed het huishoudelijke werk aan boord en zijn broer Willem werd dekknecht. Rond 1954 is de Cornelia gestopt met het zand- en grindtransport en werd ze afgemeerd aan de kade van de gemeente Vlaardingen. De vrijgezelle broer en zus Herman en Co bleven aan boord wonen. Na het overlijden van Herman bleef Co alleen achter aan boord, tot dat te zwaar werd en de Cornelia voor een tijd onbewoond aan de kade lag. In 1978 ontfermde Scouting de Geuzen zich over het schip; in een grondige renovatie werd de Friese luikenkap vervangen door een stalen trunkdek, met hoge reling i.v.m. de veiligheidseisen. Ook werd de den verhoogd en van patrijspoorten voorzien. In september 1979 is het schip officieel in gebruik genomen als groepshuis, wat het nu, 47 jaar later, nog steeds is.

Schip Cornelia

Zeeschouw ‘Ragnarok’

Bouwjaar: 1965
Ontwerper/werf: eigenbouw door een huisarts op Lauwersoog
Lengte: 8.70 m
Breedte: 3.20 m
Diepgang: 0.50 m
Waterverplaatsing: 6 ton

Het type zeeschouw is oorspronkelijk ontwikkeld vanuit de kustvisserij, maar vanaf de jaren ’60 van de vorige eeuw zijn er veel zeeschouwen als pleziervaartuig gebouwd, omdat ze stabiele en ruime schepen zijn. De Ragnarok heeft al heel wat reizen gemaakt, onder andere zelfs naar de Oostzee…

Zeiljacht ‘Mariele’

Bouwjaar: 1978
Ontwerper/werf: Frans Maas / Standfast, Breskens
Lengte: 14.30 m
Breedte: 4.32 m
Diepgang: 2.10 m
Waterverplaatsing: 19 ton

Geschiedenis

De tweemaster Mariele is in 1978 in het Zeeuwse Breskens gebouwd voor een welgestelde Rotterdamse havenbaron. De Standfast werf van de wereldberoemde scheepsontwerper en -bouwer Frans Maas was de creme-de-la-creme van de toenmalige Nederlandse jachtbouw en de Mariele was één van de grootste zeiljachten die ze tot dan toe gebouwd hadden. Een echt oceaanwaardig schip, zoals de tweede eigenaren, Kees en Ria van Uffelen uit het Westland, ervaren hebben. Zij kochten de Mariele in 1998 en zijn tussen 1999 en 2022 met haar naar de mooiste plekken op de aardbol gezeild. In 2024 droegen Kees en Ria het roer over aan (oud-) Vlaardingers Coerd en Mariska, die de adelijke dame nu klus voor klus terug brengen in de staat waarin ze 48 jaar geleden te water werd gelaten.

Beurtvaarder ‘Jansje’

Bouwjaar: 1899
Werf: Pannevis, Alphen aan de Rijn
Lengte: 22 m
Breedte: 4.35 m
Diepgang: 1.20 m
Waterverplaatsing: 78 ton

Met de Jansje heeft sHaring The City weer een uniek schip te gast in de Buitenhaven. Niet alleen stamt ze nèt uit de vorige-vorige eeuw, maar ze is aan de buitenkant ook nog helemaal in authentieke staat én al vanaf de tewaterlating in bezit van dezelfde familie: De Van Baalens uit Maasluis, intussen beroemdheden in de regionale nautische wereld. Drie generaties Van Baalen laten op zaterdag aan de Westhavenkade bij de Pelmolen zien hoe er werd geladen en gelost in de Rotterdamse haven in de eerste helft van de vorige eeuw. Dat doen ze samen met de prachtige historische DAF vrachtwagen van Koos Krelink.

Geschiedenis

Na de bouw in 1899 in opdracht van de Maassluisse schipper/ondernemer Gideon van Baalen is de Jansje op 25 mei 1900 te boek gesteld in Rotterdam door zijn zoon Gideon Coenraad van Baalen. Die ging stak gelijk van wal in de beurtvaart: het vervoer van A naar B van allerlei goederen en vracht. In een tijd waarin vervoer over water eigenlijk de enige manier was om flinke ladingen te vervoeren, voeren de beurtschepen het water dun in de Rotterdamse havens. Met een eigen laad- en losinstallatie was de Jansje ontzettend veelzijdig en op van alles inzetbaar. De familie Van Baalen had dan ook op een zkeer moment een echte vloot beurtschepen in de vaart vanuit Maassluis. Bakkersbloem, vis, wijn, sigaren & sigaretten voor de Maassluisse en Maaslandse middenstand, maar ook huisraad bij verhuizingen of zelfs kermisattracties in onderdelen. Dit heeft ze gedaan tot 1976. Na een periode van 4 jaar vrij anoniem dienst gedaan te hebben als opslagschip, is ze in 1980 flink opgeknapt en zijn de Van Baalens haar gaan gebruiken als varend erfgoed en voor demonstraties op evenementen.

Tegenwoordig is de Jansje met haar laad- en losinstallatie alleen nog aan het werk bij evenementen. Het onderhoud en in de vaart houden van zo’n oud schip vergt kennis, kunde en toewijding, maar kost ook flink wat. Daarom is ze ondergebracht in een behoudsstichting, die bestuurd wordt door de familie Van Baalen: St. Vrienden van Beurtvaarder Jansje. Als ze niet ergens op een evenement ligt te stralen kun je het schip bewonderen in haar thuishaven Maassluis, op haar vaste ligplaats aan de Marnixkade.

Schip Jansje

Duw- en sleepboot ‘Tarka’

Bouwjaar: 1899
Werf: Pannevis, Alphen aan de Rijn
Lengte: 22 m
Breedte: 4.35 m
Diepgang: 1.20 m
Waterverplaatsing: 78 ton

Stadsgraanelevator No.19

Bouwjaar: 1927
Werf: Amme Luther Werke AG (Braunschweig, Duitsland) (het ponton zelf is gebouwd in Hoboken, België)
Lengte: 30.25 m
Breedte: 10.40 m
Diepgang: 1.50 m
Hoogte: 30.45 m
Waterverplaatsing: 560 ton
Aandrijving: Geen eigen voortstuwing voor het varen. De zuiger beschikt wel over een 2-cilinder compound stoommachine voor de stoomverhaallieren om zichzelf langszij een schip te manoeuvreren en voor de aandrijving van de vacuümpompen die het graan opzuigen.

Niet te missen op sHaring The City, deze bijna buitenaards aandoende haveninstallatie! Het ziet er dan wel heel bijzonder uit, zo’n enorme drijvende stofzuiger in de Buitenhaven, maar de band met juist die plek is historisch heel sterk: deze laatst overgebleven pneumatische graanelevator in de wereld beleefde haar gloriedagen in dezelfde periode als die van de Pelmolen, waar ooit grootschalig meel en later peulvruchten overgeslagen werden op zo’n manier. Aangedreven door stoom; je komt in een heel andere wereld als je de looplank over gaat. Bijna een reis op zich, zo’n rondgang door dit bijzondere vaartuig. De enthousiaste vrijwilligers vertellen je er alles over. De elevator is zelfs op vrijdag al te bezichtigen van 16u tot 22u. Oh ja, op zaterdagavond zou ‘de 19’ nog best eens voor verrassingen kunnen zorgen….

Geschiedenis en techniek

De Stadsgraanelevator nummer 19 (ook bekend als Stadsgraanzuiger No.19) is een uniek varend monument. Dit maritieme icoon werd gebouwd om de graanoverslag in Europese havens radicaal te versnellen. Waar vroeger honderden zakkendragers dagenlang zwoegden om een schip te lossen, nam deze reusachtige stoommachine het zware werk in een fractie van de tijd over.

Het indrukwekkende vaartuig werkt op basis van vacuümtechniek. Via gigantische, flexibele buizen wordt het graan met enorme kracht uit de ruimen van zeeschepen gezogen. Vervolgens wordt het binnenin de elevator gewogen en direct gestort in binnenschepen die langszij liggen. Hoewel de komst van dergelijke machines destijds leidde tot felle protesten van havenarbeiders die vreesden voor hun banen, luidde de machine de definitieve modernisering van de bulkoverslag in.

De elevator werd oorspronkelijk in opdracht van de Belgische havenstad Antwerpen gebouwd om daar de efficiëntie te vergroten. Tot diep in de jaren 80 bleef het werktuig trouw zijn diensten bewijzen. Vandaag de dag fungeert het als een varend museumschip onder de vleugels van het Maritiem Museum Rotterdam. Dankzij een omvangrijke restauratie, mede ondersteund door de Vlaamse overheid, is de monumentale machine volledig in ere hersteld en behouden voor toekomstige generaties. Met zijn imposante stoominstallatie en karakteristieke silhouet brengt hij het rauwe, industriële verleden van de Vlaardingse havens weer tot leven.

Schip Graanelevator No.19

Zeiltjalk en podiumschip ‘Vrijbuiter’

Bouwjaar: 1901
Ontwerper/werf: onbekende werf voor vrachttjalken in Meppel
Lengte: 23 m
Breedte: 5.20 m
Diepgang: 1.20 m
Waterverplaatsing: 80 ton

Als je vorig jaar op de 1e editie van sHaring The City was, kún je de Vrijbuiter en haar bemanning niet gemist hebben; een prachtige, kleurrijke platbodem met enorme schilderijen als zeilen. Ook nu weer met aan dek live muziek. Het unieke uiterlijk van het schip en haar muzikale lading vertaalt de missie van de eigenaren, Wiebe en Suzan Radstake, die de Vrijbuiter zien als hét boegbeeld van emissievrij vervoer over water van (symbolische) goederen tot prachtige culturele ladingen. De Vrijbuiter schreef geschiedenis als het eerste gecertificeerde charterschip dat volledig op de wind of elektriciteit vaart. De elektromotor draait op zelfopgewekte energie uit zonnepanelen, windenergie en een hydrogenererende schroef.

Geschiedenis en transformatie

De Vrijbuiter werd in 1901 gebouwd in Meppel als een traditionele, middelgrote vrachtjalk. Decennialang vervoerde ze uitsluitend op windkracht goederen over de Nederlandse wateren. Na een bewogen geschiedenis werd het schip in de jaren 80 als een bijna leeg casco gekocht door Wil van der Linge, die de tjalk eigenhandig weer opbouwde en omtoverde tot zeilend charterschip onder de naam Albatros. In 2020 namen Wiebe en Suzan het roer van de Albatros over en doopten haar Vrijbuiter, meer passend bij haar nieuwe missie: een uitgesproken groene en creatieve koers. Een varende broedplaats waar duurzame, kunstzinnige en muzikale initiatieven samenkomen. De missie is helder: bewijzen dat genieten op het water en een schonere toekomst perfect hand in hand gaan. Naast educatieve ecotours over de natuur van het Nationaal Park Oosterschelde zet het schip een eeuwenoude traditie voort door regelmatig emissievrij vracht onder zeil te vervoeren.

Schip Vrijbuiter

Historische mijnenveger Bernisse AMS 60

Bouwjaar: 1954
Werf: Boelwerf, Temse (België)
Lengte: 44 m
Breedte: 8.30 m
Diepgang: 2.60 m
Hoogte: 17.60 m
Waterverplaatsing: 345 ton

Eén van de spectaculairste schepen van de sHaring the City vloot: de Bernisse straalt de stoere no-nonsens sfeer van de jaren ’50 van de vorige eeuw uit. Je zou zo kapitein Haddock uit de stuurhut kunnen zien hangen. De enige historische mijnenveger van deze klasse die nog in de vaart is en de vrijwilligers die dat mogelijk maken staan te popelen om je aan boord te verwelkomen. Trek daar maar even voor uit, want er is genoeg te zien (en te ruiken). Het in de vaart houden van zo’n schip kost heel veel, dus mocht je het waarderen dat ze helemaal uit de thuishaven Hellevoetsluis naar Vlaardingen zijn komen varen, kun je dat laten merken door iets achter te laten in de donatieton bij de loopplank. Vrijdagavond vaart de Bernisse mee in de vlootschouw en je kunt meevaren!

Geschiedenis

Het type AMS 60 (AMS staat voor “Adjutant Mine Sweeper”) werd na de 2e wereldoorlog gebruikt voor het vegen van zeemijnen in o.a. de Europese kustwateren. Van de ca. 350 schepen die verspreid over de wereld voeren, is er anno 2026 nog maar één varend in Europa, dankzij de vrijwilligers van haar eigenaar, de ‘Stichting tot behoud van de AMS ms Bernisse’.

Techniek

Het schip heeft een dubbele eikenhouten romp en naast hout is aan boord uitsluitend niet-magnetisch metaal gebruikt, zoals koper, brons en aluminium. Dit was om te voorkomen dat de magnetische mijnen konden reageren op het passerende schip. De Bernisse was uitgerust voor het vegen van verankerde, akoestische, magnetische- en contactmijnen in de kustwateren.

De Bernisse heeft twee machinekamers:

  • 1 voor de generatoren voor de stroomopwekking voor het vegen van magnetische mijnen en de bediening van de veeglieren en andere winches.
  • 1 voor de 2 hoofdmotoren (Type GM 8-268A, tweetakt Diesel, 8 cilinder in lijn, elk 440 PK) die de 2 schroeven aandrijven. De bakboord schroef draait linksom, de stuurboord schroef rechtsom.

Brandstofopslag: 28 ton dieselolie
Snelheid: 12 knopen maximaal
Dienstsnelheid: 10,5 knopen

Bemanning

De oorspronkelijk bemanning bestond uit 4 officieren, 5 onderofficieren en 30 bemanningsleden van diverse rangen
Totaal dus 39 bemanningsleden.

Zeillogger VL92 ‘Balder’

Bouwjaar: 1912
Werf: A. de Jong te Vlaardingen
Lengte: 23.85 m
Breedte: 6.50 m
Diepgang: 3.10 m
Hoogte: 19.50 m
Waterverplaatsing: 95 ton

De zeillogger VL.92 Balder is de oudste nog varende haringlogger van Nederland. In haar thuishaven Vlaardingen – ooit het kloppende hart van de Nederlandse haringvisserij – is dit unieke schip een varend maritiem monument dat de herinnering aan het zware leven op zee levend houdt.

Geschiedenis

De Balder werd in 1912 gebouwd door scheepswerf A. de Jong (achterin het Buizengat) in Vlaardingen in opdracht van Visserij Maatschappij Mercurius. Tot 1921 viste ze puur op windkracht, waarna ze werd uitgerust met een hulpmotor. Na decennia van actieve visserij diende de logger tussen 1962 en 1976 als onderwijsschip voor de Visserijschool in Scheveningen. Het Scheepvaartmuseum in Amsterdam redde het schip in 1977 van de sloop, waarna het in 2006 definitief terugkeerde naar haar bakermat Vlaardingen.Vandaag de dag is de missie van de Balder gericht op het behouden en uitdragen van het maritieme visserijerfgoed. Het schip werd in 2014 grootschalig gerestaureerd en kreeg onlangs stalen masten die niet van de houten voorgangers te onderscheiden zijn. De Balder fungeert nu als een varend museum en gastschip bij grote maritieme evenementen in binnen- en buitenland. Aan boord leren bezoekers en scholieren via educatieve rondleidingen alles over het bikkelharde leven van de vroegere haringvissers, navigeren op zee, traditionele ambachten en de historische visserijtechnieken.

De bemanning

Het schip vaart en bestaat dankzij een hecht team van gepassioneerde vrijwilligers. Waar de oorspronkelijke bemanning in 1912 bestond uit een schipper, stuurmansmaat, matrozen, oudsten, jongsten, een reepschieter en een afhouder, wordt de Balder nu bemand door vrijwilligers in de rol van enthousiaste gastheer, gids, matroos of schipper. Zij onderhouden het schip volledig met de hand en verzorgen de publieke openstellingen en vaardagen.

Schip Balder VL.92

Van 1912 tot 1950 functioneerde dit schip als motorvrachtschip ‘Assistent’ met een Industrie-motor van 36 pk.

In 1950 is het omgebouwd tot vissersman, genaamd ‘NB1 – Assistent’, voor de visserij in het Haringvliet en omstreken vanuit Nieuw-Beijerland. Het werd gebruikt als fuikenvisser en ankerkuiler. Bij het fuikenvissen lag het schip voor anker en gingen ze met een bijbootje de fuiken ophalen en uitzetten. Bij het ankerkuilen werden naast het schip netten uitgezet met boven het net meestal twee of vier buizen (waaraan het net was bevestigd). Door de stroming ontstond zo een soort kuil waarin de vis zwom. Men noemt dit ook wel raamkuilen, vanwege de raamachtige vorm van het net.

In 1985 is het schip verkocht naar Stavoren en kreeg het de naam ‘ST20 – Auke Senior’. Vanaf dat moment werd het als garnalenkotter gebruikt voor de visserij op het IJsselmeer en de Waddenzee.

In 1990 is het schip uit de visserij gehaald en kreeg het de naam ‘ST20 – Elizabeth’.

Sinds 2004 heet het schip ‘VL20 – De Vrouw Johanna’ en wordt het als pleziervaartuig gebruikt.

Schip De Vrouwe Johanna VL.20

Bouwjaar 1937
Werf: De Maas Van der Windt, Vlaardingen
Lengte: 23,45 m
Breedte: 4,70 m
Hoogte: 1,90 m

Schip Saeftinghe

Opleidingsschip STC ‘Ab Initio’

Bouwjaar: 2021
Werf:
Lengte: 67 m
Breedte: 8.14 m
Diepgang: 1.80 m
Waterverplaatsing: 400 ton

Stap je over de loopplank van de Ab Initio dan neem je een stap in de toekomst van vervoer over water. Een enorm contrast met de historische schepen van de vloot;

Geschiedenis

De Ab Initio is een opleidingsschip van het Scheepvaart en Transport College van de STC-Group (STC), met hybride aandrijving. Het wordt gebruikt bij de binnenvaartopleidingen van STC, waar jonge mensen opgeleid worden als matroos, schipper of schipper/ondernemer. VMBO-scholieren en MBO-studenten Rijn- en binnenvaart gaan ermee varen. Als aan boord de ene helft van de leerlingen praktijk opdoet krijgt de andere helft theorielessen. Zo doen ze aan boord ervaring op met verschillende aandrijfmogelijkheden, zowel in het gebruik als het onderhoud ervan. HBO-studenten Maritieme Techniek kunnen er ‘fieldlab’-experimenten uitvoeren aan het schip en nieuwe mogelijkheden onderzoeken, zoals autonoom varen. De eerste groep HBO-studenten deed trillingsonderzoek.

Het schip wordt ook ingezet voor bedrijven, die medewerkers willen na- en bijscholen. Maar het maakt ook, op speciaal verzoek van Stichting De Verre Bergen, tochten met Rotterdamse leerlingen uit groep 8, met als doel ze te interesseren in de binnenvaart.

Aan boord wordt samen gekookt en schoongemaakt, net als op een ‘gewoon’ binnenvaartschip. Elke hut, per hut gesponsord door een andere partij, heeft bedden van twee meter lang en heeft een eigen badkamer. Er is een apart damestoilet.

Het schip vervangt de Prinses Beatrix en de Prinses Christina. Na zo'n 50 jaar trouwe dienst, waarvan 20 als opleidingsschip voor STC.

Sleepboot Tonijn

Lengte: 21,75 m
Breedte: 5,52 m
Diepgang: 2,25 m
Voortstuwing en vermogen Industrie 350 pk 4D7

Schip Tonijn